Terug naar overzicht

Hoe Limburg met de AI Space zijn economie wil heruitvinden

De komst van LARA

Terwijl de oude industrieën kraken en Europese leiders in Alden Biesen richting ‘One Europe, One Market’ werken, bouwt Limburg op Corda Campus aan zijn eigen AI-antwoord: geen grootspraak, maar gerichte rekenkracht.

Maandagochtend 12 februari 2026. Een al wat oudere fruitboer schrikt even op wanneer de autocolonne van de Hongaarse president Victor Orban uit de dreef van het Kasteel van Ordingen stuift, richting de vroegere landcommanderij van de Duitse Orde, Alden-Biesen in het Bilzense Rijkhoven. Op de agenda staat een informele top over de Europese industrie. Door hoge energieprijzen, te veel regulering, een onzeker geopolitiek klimaat en oneerlijke concurrentie vanuit de VS en China sluiten steeds meer bedrijven de deur in Europa en komen er weinig nieuwe investeringen. Ondanks herhaaldelijke alarmkreten blijft concrete politieke actie op Europees niveau grotendeels uit. Daar willen de Europese leiders verandering in brengen.

Krakende, oude industrieën
Zo’n 31 kilometer verder, op Corda Campus, kijken beleidsmakers, professoren en CEO’s reikhalzend uit naar LARA, het Limburgse AI-antwoord op de industriële onzekerheid en de groeiende technologische kloof met de Verenigde Staten en China. Uit de laatste nieuwe regionale statistieken van de Nationale Bank van België blijkt immers dat de Limburgse industrie in 2024 opnieuw aan belang heeft ingeboet. Het industriële aandeel binnen de provinciale economie zakte van 16,8 procent in 2023 naar 15,6 procent in 2024. Verhoudingsgewijs laat Limburg op jaarbasis de sterkste achteruitgang optekenen van alle Vlaamse provincies. De bruto toegevoegde waarde van de Limburgse industrie daalde van 5,7 miljard euro in 2023 naar 5,4 miljard euro in 2024. Een daling met 4,5 procent. Ter vergelijking: in Antwerpen, dat op de tweede plaats staat, bleef de afname ‘beperkt’ tot 2,6 procent, terwijl de daling in de overige Vlaamse provincies schommelde tussen 0,8 procent en 1,2 procent. Daarbovenop blijkt ook dat de recente groei van de arbeidsproductiviteit in de Limburgse industrie ver achterblijft op de gemiddelde groei.

Een evolutie die trouwens al langer aan de gang is. “Deze alarmsignalen mogen we niet naast ons neerleggen. Ze bevestigen wat we al langer zeggen: zonder een fundamentele koerswijziging dreigt onze industriële basis verder weg te eroderen”, aldus een duidelijk verontruste Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka – KvK Limburg.

Het contrast kan moeilijk scherper zijn. Terwijl big tech met AI historische winsten optekent, staan industriële sectoren in Europa onder toenemende druk. In Vlaanderen tekent zich voorlopig geen AI-boom af, maar wel een geleidelijke uitholling van de industriële basis. Traditionele sterkhouders, jarenlang motoren van export en toegevoegde waarde, hebben het steeds moeilijker door hoge kosten, internationale concurrentie en structurele veranderingen in de markt. Die evolutie maakt duidelijk dat het niet om losse incidenten gaat, maar om een dieper, structureel probleem.

Trucks op AI
Bij POM Limburg heeft projectmanager Sam Jordens heel wat werk aan de winkel. “Binnen POM werk ik rond economische innovatie en heb ik het afgelopen jaar mee de AI-werking in Limburg opgezet. We merken dat er veel initiatieven zijn, maar voor bedrijven is het vaak onduidelijk waar te beginnen. AI is zoals vervoer. Je kan met een bus, trein of fiets ergens geraken, maar afhankelijk van je bestemming kies je een ander voertuig. Zo is het ook met AI. Er bestaan veel vormen, maar bedrijven zien vooral ChatGPT. Terwijl dat slechts één toepassing is.”

Volgens hem zitten veel Limburgse bedrijven nog in een verkennende fase. “Er is veel interesse, maar weinig concrete implementatie. Bedrijven vragen zich af: hoe verbetert AI mijn dagelijkse werking? Waar zit de echte toegevoegde waarde?” Een concreet voorbeeld vindt Jordens bij Hegge Toelevering, een Noord-Limburgs bedrijf dat metaalproducten voor de machinebouw en industrie produceert, van lasergesneden onderdelen tot complexe metalen constructies. “Zij hebben een proof of concept rond AI uitgewerkt om hun productieplanning te optimaliseren. Deze producten moeten langs verschillende machines passeren. Hoe lang iets op een machine blijft, werd vroeger grotendeels bepaald op buikgevoel.” Hegge Toelevering beschikte al over jaren aan productiedata. Die werd eerst opgeschoond, een intensief proces. Vervolgens werd een numeriek AI-model ingezet om patronen te herkennen in stilstanden, vertragingen en productietijden. “Het gaat dus niet om een taalmodel zoals ChatGPT, maar om modellen die cijfers analyseren. AI is sterk in het detecteren van patronen in complexe datasets.”

De drie lentes van AI
Artificiële intelligentie breekt eind 2022 definitief door bij het grote publiek, wanneer ChatGPT AI plots tastbaar, begrijpelijk en voor iedereen toegankelijk maakt. Maar wie in het onderzoek zit, weet dat artificiële intelligentie al decennia in golven beweegt. “Artificiële intelligentie kent in haar geschiedenis drie grote lentes”, leggen professor Kris Luyten en research manager Jeroen Put van het Digital Future Lab van UHasselt uit. “Tijdens de eerste lente in het jaar 1950 ontstond tijdens een workshop aan het Dartmouth College in Hanover, New Hampshire onder impuls van enkele visionaire Amerikaanse computerwetenschappers en wiskundigen het geloof dat menselijke intelligentie snel door machines kon worden nagebootst.” Maar die eerste AI-lente liep vast op haar eigen ambitie: onderzoekers beloofden denkende machines, maar botsten op trage computers, naïeve modellen en een realiteit waarin menselijke intelligentie veel weerbarstiger bleek dan verwacht. “Een tweede lente ontlook in de jaren 1980 met de opkomst van expertsystemen en hernieuwde interesse in neurale netwerken, die opnieuw te duur en te beperkt bleken.” Denk maar aan MYCIN, het in Stanford ontwikkelde medische expertsysteem dat diagnoses kon stellen als een specialist, bleef uiteindelijk in het labo steken: te complex, te juridisch onzeker en vooral te weinig flexibel om de echte wereld aan te kunnen.” En een derde lente is nog steeds vrolijk aan de gang sinds 2012, aangedreven door big data, krachtige GPU’s en deep learning. Waardoor AI vandaag doordringt tot bedrijven, overheden en huiskamers, en zelfs aanleiding gaf tot regelgeving zoals de EU AI Act. Met de open vraag of deze lente blijvend is of opnieuw door een winter wordt gevolgd.” Pardon GPU? “Een GPU (Graphics Processing Unit) is een gespecialiseerde processor in een computer die ontworpen is om heel veel berekeningen tegelijk uit te voeren. Oorspronkelijk werd de GPU ontwikkeld om beelden, video en 3D-graphics snel te verwerken, bijvoorbeeld in videogames. In tegenstelling tot een gewone processor (CPU), bevat een GPU honderden tot duizenden kleinere rekenkernen die parallel werken. Daardoor kan ze grote hoeveelheden eenvoudige berekeningen tegelijk uitvoeren. Vandaag worden GPU’s daarom niet alleen gebruikt voor grafische toepassingen, maar ook voor kunstmatige intelligentie, wetenschappelijke simulaties, data-analyse en complexe berekeningen.”

It’s the low latency, stupid!
AI is niet alleen een kwestie van slimme algoritmes. Het is ook een kwestie van brute rekenkracht. “We werkten al met de Vlaamse supercomputer, maar daar zit een belangrijk verschil: de traditionele supercomputers zijn uitstekend om modellen te trainen, vaak offline”, gaat Luyten verder.

“Wat bedrijven en toepassingen steeds vaker nodig hebben, is iets anders: AI die onmiddellijk kan reageren. Daar valt één term: low latency. Of simpel gezegd: als je een vraag stelt aan een AI-systeem, moet het antwoord niet over enkele seconden of minuten komen, maar bijna meteen. Denk aan systemen die in real time moeten beslissen, corrigeren of ingrijpen. En dat is precies waar het LARAproject in beeld komt.”

Wie is LARA?
Centrale spil in het Limburgse AI-verhaal is dus LARA: Limburg AI Research Accelerator. “LARA is een zeer krachtige computer”, legt Sam Jordens uit. “Geen supercomputer zoals in Brussel, maar wel een infrastructuur die bedrijven toelaat hun AI-modellen snel te laten draaien en aan te passen aan hun specifieke noden. LARA komt eind 2026 op Corda Campus te staan en wordt opgebouwd als een cluster van GPU-servers, vergelijkbaar met een datacenter, maar dan geoptimaliseerd voor AI-berekeningen. “Aan een kind van vijf zou ik zeggen: LARA is een hele grote gamecomputer. Alleen spelen we er geen spelletjes op, maar verwerken we er data mee.”

 

‘Als je een vraag stelt aan AI, moet het antwoord niet over minuten komen, maar bijna meteen.’

Professor Kris Luyten, UHasselt

 

Limburg, kleiner, slimmer
“Want de grootste winst van AI gaat vandaag vaak naar de allergrootsten”, zegt UHasselt-onderzoeker Jeroen Put. “Microsoft, Amazon, Alibaba, OpenAI, … Dat zijn bedrijven die de middelen hebben om overal processing power te plaatsen en gigantisch veel energie in te kopen.” Een voorbeeld? De Amerikaanse kerncentrale Three Mile Island, waar in 1979 het ernstigste nucleaire incident uit de Amerikaanse geschiedenis plaatsvond, gaat heropenen. Eigenaar Constellation Energy zal daarvoor 1,6 miljard dollar investeren en de opgewekte stroom zal volledig naar het Amerikaanse technologiebedrijf Microsoft gaan. “Wees gerust, wij gaan geen mijnen heropenen”, vult professor Luyten aan. (lacht) “Limburg gaat daar niet tegen opboksen door zelf gigantische AI-modellen te trainen. Maar dat hoeft ook niet. De kracht van Limburg ligt elders: kleinere, slimme modellen op maat, toepassingen die rechtstreeks waarde creëren in bedrijven. En vooral: laagdrempeligheid. Kmo’s stappen niet zomaar naar een wereldspeler voor een specifieke use case. Daar krijgen die geen antwoord op. Maar bij ons kunnen ze wel terecht.” Ook de factor data-soevereiniteit speelt mee. Als bedrijven gevoelige data verwerken, denk aan gezondheidsdata, willen ze dat niet per se via buitenlandse cloudreuzen laten lopen. “Wat als we op termijn liever niet meer willen dat onze data via Microsoft passeert? Een lokale infrastructuur geeft bedrijven een alternatief: dichtbij, controleerbaar, en afgestemd op hun noden.”

Geen brute rekenkracht
“In het publieke debat gaat er vaak een belangrijk onderscheid verloren: dat tussen het trainen van grote AI-modellen en het effectief gebruiken ervan”, zegt Sabine Demey, directeur van het Vlaams AI-Onderzoeksprogramma, gecoördineerd door imec. “De hyperscale- supercomputers die nodig zijn om grote taalmodellen te trainen, bevinden zich vooral bij Amerikaanse big-techbedrijven en de nieuwe Europese AI Factories. Vlaanderen kiest bewust een andere positie.”

“Wij focussen sterk op toepassingen. Niet op methodes die vooral op brute rekenkracht draaien, maar op slimme, data-efficiënte en energie-efficiënte methodes. Daar sluit LARA in Limburg logisch bij aan. De infrastructuur is niet bedoeld om zelf gigantische taalmodellen te bouwen, maar om bedrijven, en dan vooral kmo’s, toe te laten bestaande AI-modellen te gebruiken, te testen en toe te passen in hun eigen processen. Denk aan anomaliedetectie in productieomgevingen, optimalisatie van industriële processen of ondersteuning van medische diagnoses. Voor veel industriële vraagstukken heb je andere AI-methodes nodig dan de ChatGPTachtige modellen. Het gaat vaak om gespecialiseerde AI-methodes, gecombineerd met domeinkennis.”

 

‘Op Corda gebeurt enorm veel rond AI, maar het overzicht ontbreekt vandaag.’

Raf Degens, CEO Corda Campus

 

Spelen met LARA
“Bekijk LARA als een speeltuin”, zegt professor Luyten. “Niet vrijblijvend, wel strategisch. Als je wilt dat er vernieuwingen gebeuren, moet je ruimte hebben om dingen te proberen. Je kunt niet zomaar experimenteren met de infrastructuur van bedrijven.” Een Limburgse infrastructuur verlaagt drempels. Bedrijven kunnen prototypen bouwen, experimenteren, grenzen aftasten. En daar zit volgens de onderzoekers een versterkend effect: wie kan spelen, gaat ook sneller innoveren. Voor een onderzoeksgroep heeft dat bovendien een extra waarde. Zij hebben de kennis om ‘dichter bij de hardware’ te werken, waardoor optimalisaties mogelijk worden die standaard-interfaces niet toelaten. Op Europees niveau wijst de directeur van het Vlaams AI-Onderzoeksprogramma op de complementariteit met de nieuwe AI Factories van de Europese Commissie. België zal daarin een eigen antenne hebben, gecoördineerd door imec, om bedrijven toegang te geven tot AI-geoptimaliseerde supercomputers voor modeltraining. “Dat vult LARA aan”, gaat Demey verder. “LARA focust op het gebruik van modellen.” Volgens recente statistieken behoort België tot de Europese kopgroep wat betreft AI-gebruik door bedrijven. Vlaanderen loopt dus niet achter, al is het speelveld fundamenteel anders dan in de VS. “Wij hebben geen big-techreuzen. Maar we hebben sterke universiteiten, sterke onderzoekscentra en veel industriële kennis. Als we die combineren met slimme AI-methodes, kunnen we internationaal meespelen.”

POM Limburg kijkt daarom ook naar samenwerking met het Zwitserse CERN, de bekende Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes. CERN ontwikkelt geavanceerde modellen om enorme hoeveelheden data te analyseren”, vult Sam Jordens aan. “Wij willen onderzoeken hoe lokale bedrijven die technologie kunnen toepassen in hun eigen processen. Het is belangrijk dat wetenschappelijke innovatie ook economische meerwaarde creëert.”

Zwevende community
Parallel aan LARA komt eind 2026 de Corda AI Space, een fysiek aanspreekpunt voor bedrijven. “Geen klassieke incubator en ook geen nieuw overheidsvehikel”, zegt Raf Degens, CEO van Corda Campus. “Maar een community die boven de campussen zweeft.” Volgens Degens is Limburg de voorbije jaren uitgegroeid tot wat hij zelf ‘Campus Valley’ noemt. “Wij vinden het normaal dat hier Corda Campus, Thor Park, Health Campus en Drone Valley naast elkaar bestaan. Maar als mensen van buiten Limburg hier komen kijken, reageren ze vaak met verbazing. Op Corda alleen al zitten 250 technologiebedrijven. Minstens de helft daarvan is op een of andere manier met AI bezig.” Toch ontbreekt er vandaag iets, vindt Degens.

“Er leeft enorm veel. Maar we weten te weinig van elkaar wat er precies gebeurt. Daarom willen we bundelen. Niet centraliseren. Vandaag geven kennisinstellingen zoals Hogeschool PXL en UHasselt, Voka, VKW en andere organisaties opleidingen rond AI. Dat is fantastisch. Alleen: als je al die initiatieven optelt, kom je tot een indrukwekkend aanbod, maar niemand ziet het totaalplaatje.” De AI Space zal daarom het bestaande aanbod samenbrengen. “Dat betekent niet dat iedereen hier op Corda les moet komen geven. Maar we willen wel dat bedrijven in één oogopslag zien: die opleiding wordt op Corda gegeven, die workshop op Voka, die training aan PXL. Dat alleen al is een enorme stap vooruit.” Er komt ook een fysieke AI-ruimte op Corda Campus. “Die zal AI ademen. Maar het is geen verplicht centrum. Het is een faciliteit. Corda ligt centraal, is goed bereikbaar met trein en parking. Als mensen daar opleidingen willen organiseren, kan dat.”

 

‘We focussen niet op brute rekenkracht, maar op slimme energie-efficiënte toepassingen.’

Sabine Demey, imec

 

Betalen per minuut
Dagelijks krijgt Degens telefoons van bedrijven van buiten de campus. “Dan zeggen ze: ‘Raf, we willen iets doen rond AI. Kunnen jullie ons helpen?’ En mijn antwoord is meestal: ja, maar er zijn hier zeventig bedrijven die u kunnen helpen.” Daar wil hij structuur in brengen. “Stel dat een logistiek bedrijf wil onderzoeken of AI kan helpen bij optimalisatie of data-analyse. Dan kunnen wij verschillende gespecialiseerde bedrijven samenbrengen. Niet om opdrachten af te schermen, maar net om samen te werken.” Ook voor grotere aanbestedingen ziet hij potentieel. “Nu kunnen we twee, drie of vier bedrijven samenbrengen die gezamenlijk op een grotere opdracht intekenen. Dat is een schaalvergroting die we vandaag nog te weinig doen.” Via POM Limburg wordt een AI-investeringsfonds voorzien. “Dat zijn geen gigantische bedragen, maar het is een incentive. Bedrijven met een sterk idee kunnen daarmee een prototype ontwikkelen. Daarna kan je commercialiseren.” Volgens Degens verlaagt dat de drempel om te experimenteren. “Je moet mensen de kans geven om iets uit te proberen zonder dat het meteen een miljoenenrisico wordt.” Uniek aan het project is dat bedrijven uit de AI Space toegang krijgen tot de supercomputer. “Ze betalen per minuut. Zoals bij een cloudoplossing. We gaan geen vaste belasting opleggen. Wie gebruikt, betaalt.” Dat model houdt het democratisch, zegt Degens. “Zowel een klein als een groot bedrijf kan instappen. De bedoeling is niet winst maken, maar kostendekkend werken. Energie en beheer kosten geld. Maar we willen het toegankelijk houden.” Bedrijven hoeven bovendien niet op een campus gevestigd te zijn. “Het is open voor het bredere Limburgse netwerk.”

De geschiedenis van Limburg is altijd een geschiedenis van transities geweest. Van steenkool naar industrie. Van industrie naar technologie. Misschien komt daar nu een nieuw hoofdstuk bij. Niet in schachten of fabrieken, maar in serverracks en datastromen. Terwijl Europa nog debatteert over zijn industriële toekomst, staat op Corda Campus een machine klaar die vooral één ding moet doen: sneller denken.

Abonneer je op POMblad!

POMblad in de toekomst ontvangen? Laat dan hieronder je gegevens achter.

Abonneren is gemakkelijk en gratis.

Na het achterlaten van je gegevens krijg je POMblad elke zes maanden automatisch in de brievenbus.

 

  • (Optioneel)
  • (Optioneel)
  • Sectie-einde

  • Sectie-einde

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
© POM Limburg 2026
POM Limburg voert het sociaaleconomisch beleid van de provincie Limburg uit.
limburg POM Limburg