‘We moeten in Limburg niet harder werken, maar slimmer.’
In gesprek met voorzitter Tom Vandeput en directeur Noël Slangen
Limburg heeft al heel wat economische stormen doorstaan. Eerst de mijnsluitingen. Later het vertrek van Ford. Telkens moest de provincie een nieuwe richting zoeken. Vandaag ligt de uitdaging elders. Wat mogen we tijdens de komende beleidsperiode verwachten van het economische beleid van het Limburgs provinciebestuur en haar economische regieorganisatie POM Limburg?
We vroegen het aan gedeputeerde voor Economie en voorzitter van POM Limburg Tom Vandeput en aan Noël Slangen, algemeen directeur van POM Limburg.
NOËL SLANGEN: “De uitdagingen waar we vandaag voor staan, zijn van heel andere aard dan tijdens SALK 1 (Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat, n.v.d.r.). Met het vertrek van Ford en met de naweeën van de mijnsluitingen moest Limburg erin slagen om zo snel mogelijk zoveel mogelijk arbeiders opnieuw aan de slag te krijgen. Onder leiding van professor Herman Daems is men daar behoorlijk goed in geslaagd, met jobgroei in bijvoorbeeld toerisme en logistiek. Er zijn vandaag meer Limburgers aan het werk dan ooit.
Maar ondertussen zitten we in een andere situatie. Vandaag is het probleem niet een gebrek aan jobs, maar een gebrek aan welvaartscreatie. Per werknemer wordt er in Limburg ongeveer 14 procent minder toegevoegde waarde gecreëerd dan het Vlaams gemiddelde. Zelfs de provincie Luik doet het op dit ogenblik beter. Dat betekent dat we een volgende stap moeten zetten in onze economische ontwikkeling. Niet door harder te werken, maar door slimmer te werken.”
En daar komt SALKturbo in beeld.
TOM VANDEPUT: “Waar SALK vooral focuste op het creëren van jobs na de economische schok van Ford, richt ons strategisch actieplan SALKturbo zich op de toekomst van de Limburgse economie. Wij rollen dat plan uit met Europese middelen, en in dat EFRO-programma ligt de nadruk vandaag vooral op investeringen. Dat betekent dat je eerst moet investeren en dat het resultaat van die investering pas later volgt. Vanaf 2028 worden deze investeringsprojecten geleidelijk aan opgeleverd en moeten zij de Limburgse economie versnellen. Onze campusstrategie is daarbij het koninginnestuk. Wij geloven dat die campussen veel hoogwaardige jobs kunnen opleveren. Maar je moet zo’n campus wel eerst bouwen. Dat zijn we nu aan het doen. Wie vandaag voorbij Diepenbeek rijdt, ziet de bedrijvigheid en de bouwkranen rond de werven.”
Die campussen moeten dus voor een blijvende impact zorgen?
SLANGEN: “Absoluut. Wanneer die campussen gebouwd zijn, kun je bedrijven beginnen aantrekken. En wanneer die zich vestigen, ontstaan de hoogwaardige jobs. En daarrond ontstaan dan weer heel wat andere jobs. Zo groeit een ecosysteem. Wij kijken vooruit, want voor iedere honderd Limburgers die op pensioen gaan, komen er maar zeventig jongeren op de arbeidsmarkt. Daar hoeven we geen tekeningetje bij te maken: dat betekent dat wij zullen moeten investeren in jobs die meer waarde creëren. Dat is de enige manier om onze toekomstige welvaart te verzekeren, zowel voor wie actief is als voor wie later niet meer actief kan zijn.”
Wat betekent dat voor de huidige werknemers en hun bedrijven?
VANDEPUT: “Wij denken dat er meer groeimogelijkheden moeten komen voor de huidige werknemers. Mensen moeten kunnen doorgroeien in hun job. Technologie kan daarbij helpen. Denk bijvoorbeeld aan cobots, collaboratieve robots die een verlengstuk zijn van menselijke arbeid. Dat zijn geen machines die jobs afpakken, maar hulpmiddelen die mensen productiever maken. Wanneer werknemers doorgroeien naar meer gespecialiseerde functies, komen er tegelijk nieuwe kansen vrij voor mensen die vandaag moeilijker hun weg vinden op de arbeidsmarkt.”
Toch lijkt de doelstelling van een inclusieve arbeidsmarkt, waarbij iedereen evenveel kans maakt op een goede job, moeilijker te realiseren.
SLANGEN: “Dat klopt. Het merendeel van de instrumenten daarvoor ligt bij Vlaanderen en bij de gemeenten. Onze bekommernis is dat die werking vaak te veel op maat van Antwerpen en Gent ontworpen is. Acht kleinere gemeenten rond tafel betekent nog geen grote stad. Van de Europese middelen voor arbeidsmarktbeleid waar Limburg recht op had, bleek Vlaanderen bijvoorbeeld 80 procent in de reguliere Vlaamse werking te hebben gekanteld. Dat is een beetje een omgekeerde Robin Hood. Dan verdeel je middelen die voor Limburg bedoeld zijn over de andere provincies.”
‘Vandaag is het probleem niet een gebrek aan jobs, maar een gebrek aan welvaartscreatie.’
Noël Slangen
VANDEPUT: “Wij willen daar in deze legislatuur vaker over in dialoog gaan met Vlaanderen. Want Limburg heeft grote uitdagingen rond diversiteit en schooluitval. Alleen moeten wij die aanpakken met minder openbaar vervoer en een meer verspreide bevolking. Wij pleiten voor meer maatwerk, aangepast aan het DNA van onze gemeenten.”
In Vlaanderen zegt men dan weer dat Limburg niet mag klagen gezien de Europese middelen die het gekregen heeft.
SLANGEN: “Dat wil ik toch relativeren. De voorbije legislatuur gaf de overheid evenveel subsidies aan de luchthaven van Deurne als het totale budget van SALKturbo. Of een andere vergelijking: met het hele budget van SALKturbo kun je niet meer dan 30 meter Oosterweel bouwen. Dat is onze Antwerpse buren gegund, hoor. Maar we moeten stoppen met doen alsof Limburg altijd met het handje omhoog staat. Wij doen ontzettend veel met relatief beperkte middelen.”
VANDEPUT: “De Vlaamse regering beseft dat ook. In het regeerakkoord van de regering Diependaele staat de continuering van de transitiemiddelen voor Limburg ingeschreven. Wij zijn blij met die erkenning en met de samenwerking die er vandaag is. In het geval van onze kandidatuur voor de Einsteintelescoop is minister-president Diependaele een van de sterkste pleitbezorgers en zijn er fundamentele budgetten gereserveerd door de Vlaamse Regering. Daar zijn we zeer dankbaar voor.”
De Einsteintelescoop lijkt wel het paradepaardje van de komende jaren.
VANDEPUT: “Een project van die omvang is een kans die misschien maar eens om de zoveel honderd jaar voorbij komt. Daarom zetten wij al vijf jaar in op het klaarstomen van onze bedrijven om technologieën te ontwikkelen die in dat project gebruikt kunnen worden.”
‘Voor iedere honderd Limburgers die op pensioen gaan, komen er maar zeventig jongeren op de arbeidsmarkt.’
Noël Slangen
SLANGEN: “Toen we zes jaar geleden over de Einsteintelescoop begonnen, keken sommige mensen ons aan alsof we zelf uit de ruimte kwamen. Vandaag beseft men dat dit een enorme kans is voor de economie van de Euregio. Onze Limburgse bedrijven hebben ondertussen een indrukwekkend lijstje innovaties verzameld die ook buiten de Einsteintelescoop nieuwe opdrachten kunnen opleveren. Daarom zeggen we vaak: ook als we verliezen, winnen we.”
Het project heeft ook een breder netwerk rond Big Science opgeleverd.
SLANGEN: “Door de voorbereiding op dat project hebben we een netwerk opgebouwd met grote internationale onderzoeksinfrastructuren. Denk aan CERN, maar ook aan het Europees ruimteagentschap ESA. Dat zijn organisaties waar enorme technologische uitdagingen liggen. En opportuniteiten voor onze bedrijven. We merken alleen dat Limburgse bedrijven nog te weinig gebruik maken van die opportuniteiten. Daarom willen we van Limburg het Belgische centrum van Big Science maken met de Big Science Hub.”
‘Een project zoals de Einsteintelescoop komt misschien maar eens om de honderd jaar voorbij.’
Tom Vandeput
VANDEPUT: “In oktober organiseren we in Maastricht het Big Science Business Forum, samen met Agoria, Belspo en een aantal Nederlandse partners. Dat is een internationale beurs waar grote onderzoeksprojecten zich voorstellen aan de bedrijfswereld. Het feit dat dat evenement naar onze regio komt, toont dat Limburg ondertussen een stevige positie heeft opgebouwd in dat netwerk.”
Jullie verwezen daarnet al naar de Health Campus. Ook breder lijken campussen een centrale rol te spelen in jullie economische strategie.
VANDEPUT: “Bij die campussen gaat het eigenlijk nooit om de bakstenen zelf. Het gaat om wat die bakstenen in beweging zetten. Wanneer je wetenschap, onderwijs, organisaties en bedrijven samenbrengt op één plek, ontstaat er een dynamiek die je moeilijk op een andere manier kan organiseren. Onderzoekers ontmoeten ondernemers, studenten komen in contact met bedrijven en ideeën worden sneller vertaald naar concrete toepassingen.
Met de Health Campus, de Bouwcampus en de Logistieke Campus zetten we daarom heel bewust in op sectoren waar Limburg sterke troeven heeft. In de zorg en medische technologie bijvoorbeeld, maar ook in bouwinnovatie en logistiek. Dat zijn domeinen waar we zowel kennisinstellingen als bedrijven hebben die internationaal kunnen meespelen. Onze ambitie is dat die campussen plekken worden waar nieuwe samenwerkingen ontstaan en waar innovatie sneller zijn weg vindt naar de economie.”
SLANGEN: “Je moet zo’n campus eigenlijk zien als een ecosysteem, waar onderzoekers, start-ups, gevestigde bedrijven en studenten elkaar ontmoeten. Daardoor ontstaan veel sneller nieuwe ideeën en projecten. Innovatie gebeurt zelden in isolatie. Ze ontstaat meestal op plekken waar verschillende werelden elkaar kruisen. En dat is hetgeen dat wij proberen te realiseren met die campussen. We zien dat model vandaag al werken op plaatsen zoals Corda Campus en Thor Park. Wat wij doen met de nieuwe campussen is dat model verder uitbouwen in sectoren waar Limburg nog veel groeipotentieel heeft.”
Hoe slagen jullie erin om met relatief beperkte middelen die campussen te ontwikkelen?
SLANGEN: “Dat is eigenlijk een kwestie van slimme financiering en het creëren van hefbomen. We vertrekken vanuit provinciale middelen, maar gebruiken die als startkapitaal om andere middelen aan te trekken. Europese fondsen, Vlaamse middelen en bankleningen maken het mogelijk om projecten groter te maken dan wat je met provinciale middelen alleen zou kunnen realiseren.
Daarnaast proberen we ook heel bewust te kijken waar de overheid een rol moet spelen en waar niet. Sommige activiteiten laten we beter over aan de private sector. Zo hebben we bijvoorbeeld onze bedrijvencentra verkocht aan Officenter en hebben we onze aandelen in DronePort overgedragen aan Brussels Airport Company. Als economisch regisseur willen wij strategische partners en de private sector niet voor de voeten lopen, maar hen net versterken. Door dat soort keuzes kunnen we middelen vrijmaken om nieuwe projecten te realiseren.”
VANDEPUT: “Een goed voorbeeld daarvan is ook de campus in Diepenbeek, Limburg DC. POM Limburg heeft daar enkele jaren geleden een masterplan voor gemaakt en dat plan is vandaag in volle uitvoering. Samen met de werken die Vlaanderen uitvoert voor het openbaar vervoer investeren we daar in nieuwe weginfrastructuur, het ontsluiten van de open ruimte en de bouw van parkeergebouwen. De bedoeling is dat Limburg DC tegen het einde van deze legislatuur volledig getransformeerd is. Van wat vandaag nog vaak aanvoelt als een grote parking, naar een echte campus waar je wil verblijven, wandelen en werken. Een plek waar studenten, onderzoekers en bedrijven elkaar ontmoeten.”
‘Bij de campussen gaat het niet om de bakstenen, maar om wat die bakstenen in beweging zetten.’
Tom Vandeput
Wordt voor dat campusverhaal ook samengewerkt met LRM?
VANDEPUT: “Zeker. LRM en POM Limburg vullen mekaar perfect aan. LRM investeert in bedrijven en in infrastructuur die direct rendement kan opleveren. POM Limburg werkt daarentegen als economisch regisseur en bouwt ecosystemen uit, stimuleert samenwerkingen, en investeert vooral in projecten met indirect rendement. Dat leidt ook tot samenwerkingen waar we elkaar versterken. Zo zit POM Limburg mee in de maakcampus FacThory, op Thor Park en op de EnergyVille-campus, waar we het ecosysteem versnellen. LRM staat bijvoorbeeld ook in voor de bouw van Campus Noord in Pelt, terwijl wij de werking en het netwerk rond die campus uitbouwen.”
SLANGEN: “Minstens zo belangrijk is de samenwerking met onze kennisinstellingen. UHasselt speelt daarin een sleutelrol, samen met hogescholen PXL en UCLL. Wij hebben in Limburg een bijzonder dynamisch hoger onderwijs, en wij zijn ervan overtuigd dat dat een van de belangrijkste hefbomen is voor onze toekomstige welvaart. Daarom investeren we ook zo sterk in de campus in Diepenbeek. Universiteiten en hogescholen zijn vaak de plek waar nieuwe bedrijven ontstaan en waar innovatie begint. Als je die kennis dichter bij de bedrijfswereld brengt, krijg je een krachtige economische dynamiek.”
De volgende jaren zullen de resultaten dus zichtbaar worden?
VANDEPUT: “Het lot van een politicus is vaak dat hij lintjes mag doorknippen van zijn voorgangers en zelf lintjes mag klaarleggen voor zijn opvolgers. Ik ben blij dat mij dat lot deze keer niet beschoren is. Wat mij motiveert is dat we nu de plannen kunnen uitvoeren die we de voorbije jaren hebben voorbereid. De ambities die we bij de beleidsverklaring in de provincieraad hebben voorgesteld, willen we de komende jaren ook écht realiseren.”
Abonneer je op POMblad!
POMblad in de toekomst ontvangen? Laat dan hieronder je gegevens achter.
Abonneren is gemakkelijk en gratis.
Na het achterlaten van je gegevens krijg je POMblad elke zes maanden automatisch in de brievenbus.