Blijf op de hoogte van het nieuws
SALKturbo-steun maakt elektrische spoortoegang Genk Cargo Connect mogelijk
Eerste inlandterminal in België met elektrische spoortoegang
GENK – Genk Cargo Connect legt een elektrische toegang aan tot zijn spoorterminal, en wordt daarmee de eerste inlandterminal in België die voor elektrische goederentreinen bereikbaar is. Het project krijgt SALKturbo-steun in het kader van het Europese EFRO-programma.
De spoorlijn L21C waarop Genk Cargo Connect is aangesloten, werd in 2022 al geëlektrificeerd. Alleen het laatste stuk naar de terminal zelf, de aftakking waarlangs treinen effectief binnenrijden, was tot nog toe niet uitgerust met bovenleiding. Goederentreinen moeten daardoor omschakelen naar een diesellocomotief in een nabijgelegen goederenstation vooraleer ze de terminal konden bereiken.
Gesteund door Europese middelen
De werken maken deel uit van het SALKturbo-programma, dat via EU-middelen investeringen ondersteunt die de Limburgse economie versterken. Genk Cargo Connect voorziet een totale projectkost van ongeveer 1,385 miljoen euro, met de werken gepland van nu tot voorjaar 2028.
“Dit is precies het soort project waarvoor SALKturbo bedoeld is: een concrete investering die onze regio duurzamer en competitiever maakt”, zegt Tom Vandeput, gedeputeerde voor Economie en voorzitter van POM Limburg. “Door deze spoorterminal in Genk beter bereikbaar te maken, versterken we niet alleen dit bedrijf, maar de hele logistieke keten in Limburg.”
Thomas de Béthune, vertegenwoordiger van de Europese Commissie in België, deelt het enthousiasme voor de gezamenlijke investering: “Als we erin slagen om zo veel mogelijk vrachtverkeer over spoor te laten verlopen, en dat op de meest duurzame manier, dan zijn we op heel goede weg naar een economisch en ecologisch succesverhaal. Daaraan schrijven we samen hier in Genk, dat ook in toenemende mate een belangrijk Europees knooppunt wordt voor vrachtverkeer.”
Extra kosten voor een laatste stukje spoor
De huidige omweg heeft een prijs. Een locomotiefwissel betekent extra stalling en huur van een diesellocomotief, plus de tijd van een bijkomende machinist. Dat drijft de kosten van het spoorvervoer op en maakt de terminal minder aantrekkelijk voor spoorvervoerders, net op het moment dat klanten een verdere vergroening van hun goederenvervoer verwachten.
Met de elektrificatie verdwijnt die tussenstap. Genk Cargo Connect plaatst een bovenleiding boven één spoor waar de treinen aankomen, samen met de nodige apparatuur voor stroomvoorziening en beveiliging, waaronder een vermogensschakelaar en aarding. Zo kunnen goederentreinen voortaan met een elektrische locomotief rechtstreeks de terminal binnenrijden, vanuit alle richtingen en voor alle spoorvervoerders.
Rail als onderdeel van een groter geheel
De investering past in de bredere positionering van Genk Cargo Connect als trimodaal knooppunt, waar spoor, water en weg samenkomen. De terminal, tot vorig jaar bekend als Haven Genk, telt zo’n 7 kilometer eigen spoor en verwerkt vandaag al dagelijkse shuttles naar Noord-Italië, met een verbinding naar Polen in aanbouw. Goederen die via het spoor toekomen, kunnen er ook worden overgeladen op binnenschepen richting Antwerpen, en omgekeerd.
“Een elektrische toegang wint sowieso aan belang. We zien multimodaliteit en de shift van weg naar spoor en water als een ideale manier om onze klanten te helpen verduurzamen”, zegt Heike Ulburghs, CEO van Genk Cargo Connect. “Met een elektrische toegang wordt onze terminal makkelijker bereikbaar, wat het aandeel spoorvervoer in de regio verder kan verhogen.”
Minder CO₂ en stikstofuitstoot
De overstap van diesel naar elektrische locomotieven scheelt aanzienlijk in uitstoot: de CO₂-uitstoot van dat traject daalt met minstens 70 procent, afhankelijk van hoe groen de gebruikte stroom is, en de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) verdwijnt volledig. Op jaarbasis zou het project bovendien zo’n 160.000 ton aan goederen die nu via de weg vervoerd worden, kunnen verschuiven naar het spoor.
Dit project kadert in het SALKturbo-programma van de provincie Limburg en wordt medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) van de Europese Unie, met een totale projectkost van 1.385.000 euro.