Cijfer in de kijker
Limburg telt slechts 6% van alle hooggeschoolde arbeidsmigranten in Vlaanderen
Economische migratie in Limburg draait vooral om seizoenarbeid
In 2025 werden in Limburg 5.923 vergunningen toegekend voor de tijdelijke tewerkstelling van buitenlandse werknemers, het hoogste aantal sinds jaren. De provincie is daarmee goed voor liefst een kwart van alle toekenningen voor economische migranten in Vlaanderen. Wel is dat volledig te danken aan de vele seizoenarbeiders in Limburg. Als we seizoenarbeiders uit de cijfers laten, dan valt het aantal vergunningen terug naar 1.522. Niet alleen neemt dan het Limburgse aandeel in Vlaanderen sterk af (tot 10%), ook blijken er relatief weinig vergunningen bij te zitten voor hooggeschoolde arbeidsmigranten. Slechts 6% van alle Vlaamse toekenningen voor de tijdelijke tewerkstelling van hooggeschoolde buitenlandse werknemers gaat naar Limburgse bedrijven.
In Vlaanderen werden vorig jaar in totaal 23.240 vergunningen toegekend voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, zo blijkt uit het recente jaarverslag Economische Migratie van het Departement WEWIS. Het gaat daarbij zowel over eerste aanvragen als hernieuwingen (voor bepaalde duur).[1] In Limburg ging het over 5.923 of ruim een kwart (26%) van alle vergunningen. Hiermee is het de Vlaamse provincie met het hoogste aantal economische migranten, voor Vlaams-Brabant en de provincie Antwerpen.
Hoewel de arbeidskrapte iets afnam, zit tijdelijke arbeidsmigratie in Vlaanderen nog steeds in stijgende lijn. Op drie jaar tijd werden in Vlaanderen bijna 40% meer vergunningen afgeleverd, in Limburg zelfs 90% meer. Naar de oorzaak van deze stijging is het niet ver zoeken, die ligt grotendeels in de toegenomen seizoenarbeid. In 2025 leverde Vlaanderen ruim 1,5 keer meer vergunningen af voor seizoenarbeiders dan in 2022 (+156%). En het gros van deze seizoenarbeiders vinden we terug in de Limburgse land- en tuinbouwbedrijven. Limburg is goed voor liefst zes op de tien seizoenarbeiders in Vlaanderen.
Seizoenarbeid is in de provincie Limburg dan ook bij uitstek de belangrijkste vorm van arbeidsmigratie. Van alle 5.923 toekenningen in 2025 waren er 4.401 aangevraagd in functie van seizoenarbeid. Bijna driekwart dus (74%). Het gaat daarbij in hoofdzaak over ongeschoolde arbeiders uit Oekraïne die actief zijn in de tuinbouw of fruitteelt. Liefst 88% van alle Limburgse seizoenarbeiders heeft de Oekraïense nationaliteit, een gevolg van de vereenvoudigde aanvraagprocedure die sinds 2021 leidde tot een forse stijging van het aantal Oekraïners in de sector.
Laten we de seizoenarbeiders buiten beschouwing, dan valt het aantal toekenningen echter terug tot 1.522. En dan wordt Limburg ineens de provincie met het laagste aantal economische migranten (met 10% van het Vlaamse totaal).
Vooral in de industrie, minder in consultancy, wetenschappen of ICT
Het spreekt dus voor zich dat in Limburg het merendeel van de economische migranten – ruim zeven op de tien (71%) – in de primaire sector werkt. In de rest van Vlaanderen, zonder Limburg, is dat maar 16%. In wat volgt halen we de seizoenarbeiders uit de cijfers, omdat ze de vergelijking met de rest van Vlaanderen anders te sterk zouden vertekenen.
Want in welke sectoren en beroepen zijn dan de overige 1.522 Limburgse economische migranten aan het werk? In bijna drie op de tien gevallen gaat het over aanvragen van bedrijven in de industrie: 431 of 28% van alle toekenningen in Limburg (exclusief seizoenarbeid). Daarna volgen de transport en logistiek (298 of 20%) en de bouwsector (275 of 18%).
Op Vlaams niveau is de industrie goed voor 16% van de toekenningen. Heel wat minder dus dan in Limburg (28%) maar nog steeds genoeg om als sector de meeste arbeidsmigranten tewerk te stellen, samen met de bouwsector (eveneens 16%). De transport en logistiek (met 14%) vervolledigt net zoals in Limburg de top 3. Wel is deze top drie in Limburg goed voor liefst 66% van de toekenningen, terwijl het in heel Vlaanderen maar over 45% gaat.
Anders dan Limburg kent Vlaanderen ook heel wat arbeidsmigratie in andere sectoren. Zo is in Vlaanderen 12% van de tijdelijke buitenlandse werknemers actief in de consultancy en wetenschappelijke activiteiten, in Limburg maar 3%. Ook is 9% actief in ICT-sectoren, in Limburg slechts 1%. Of ten slotte onderwijs, met 7% van de toekenningen, in Limburg 2%. In al deze sectoren, waar het vooral gaat over functies voor hooggeschoolde arbeidsmigranten, is Limburg dus ondervertegenwoordigd.
Relatief weinig arbeidsmigratie voor hooggeschoolde profielen in Limburgse bedrijven
Dat Limburg achterblijft op het vlak van economische migratie in hoger geschoolde functies blijkt ook uit de cijfers naar aanvraagcategorie. In Vlaanderen waren er in 2025 precies 7.179 toekenningen voor tijdelijke tewerkstelling van hoogopgeleide buitenlandse werknemers. Dit is tegelijk de grootste aanvraagcategorie voor economische migratie. In Limburg ging het echter maar over 395 toekenningen, wat overeenkomt met een aandeel van slechts 6% van het Vlaamse totaal. Vlaams-Brabant is de grote slokop, met bijna de helft (46%) van de hooggeschoolde arbeidsmigranten. De meeste toekenningen voor hoogopgeleide functies werden in Limburg verleend aan ingenieurs en wetenschappers (180-tal), managers (60) en IT-ers (30).
Ondanks het beperkte Limburgse aantal was er de laatste jaren wel een sterke stijging. In vergelijking met drie jaar eerder (2022) werden vorig jaar in Limburg ongeveer 52% meer vergunningen toegekend voor hoogopgeleide profielen (van 260 naar 395). Op Vlaams niveau bleef dit aantal nagenoeg gelijk (+1%). Naar nationaliteit zien we bij de hoogopgeleide functies vooral Indiërs (142, waarvan ruim de helft ingenieurs), Turken (53) en Chinezen (28).
Bij de middengeschoolde functies – een beroepenlijst waarvoor een vermoeden van tekort geldt – zit Limburg wel met een aandeel dat overeenkomt met haar aandeel in de volledige werknemerspopulatie: 13% van Vlaanderen (717 op een Vlaams totaal van 5.449). Hierbij gaat het vooral over vergunningen voor vrachtwagen- of buschauffeurs (250), diverse bouwberoepen (150), technici (140) en functies in de horeca en voeding (ongeveer 60). De grootste nationaliteitsgroepen bij deze middengeschoolde profielen zijn met voorsprong Turken (240) en Filipijnen (202), en dat vooral onder de vrachtwagen- en buschauffeurs.
Bij de ‘overige’ knelpuntfuncties, waarbij de werkgever zelf moet aantonen dat er geen kandidaat beschikbaar is, blijft het Limburgse aandeel beperkt tot 10% (of 192 buitenlandse werknemers).
Voor hooggeschoolde functies is economische migratie in Limburg dus eerder beperkt. Mogelijk is er onder Limburgse bedrijven weinig vraag of vinden ze moeilijker de weg om hen aan te trekken. Anderzijds is het lage aandeel hoogopgeleide economische migranten ook een weerspiegeling van de economische structuur. Seizoenarbeid uitgezonderd, ligt de klemtoon in economische migratie in Limburg momenteel nog vooral op middengeschoolde functies in de industrie, en veel minder op hoogopgeleide profielen in kennisintensieve sectoren.
[1] Meer info over de regelgeving en toelatingsvoorwaarden van economische migratie: www.vlaanderen.be/werken/een-buitenlander-in-vlaanderen-tewerkstellen.
Voor meer gedetailleerde sociaaleconomische cijfers voor Limburg kan je steeds contact opnemen met de kenniscel op 011 300 100 of info@pomlimburg.be.
Publicatiedatum: 10 april 2026