Cijfer in de kijker
Slechts 6,7% van de werknemers in Limburgse ondernemingen heeft universitair diploma
In de Limburgse ondernemingen heeft slechts 6,7% van de personeelsleden een universitair diploma. Dit is iets meer dan drie jaar eerder (5,9%), maar aan de achterstand met Vlaanderen verandert er niets. Gemiddeld in Vlaanderen heeft 11,9% van de werknemers een universitaire achtergrond, ruim 5 procentpunt meer dan in Limburg. Tellen we degenen met een hogeschooldiploma erbij, dan komt Limburg uit op 20,9% werknemers met een hooggeschoold profiel (hogeschool of universiteit), in Vlaanderen is dat 29,2%.
POM Limburg maakte een nieuwe analyse van de sociale balansen van ruim 19.000 Vlaamse bedrijven met meer dan tien personeelsleden, waaronder bijna 2.400 Limburgse ondernemingen. De analyse toont opnieuw aan dat het opleidingsprofiel van werknemers in Limburgse bedrijven sterk afwijkt van dat in de rest van Vlaanderen.
Laagste aandeel universitairen van de Vlaamse provincies
Van de werknemers in de Limburgse ondernemingen heeft 6,7% een universitair diploma. Dat is heel wat minder dan gemiddeld in Vlaanderen (11,9%). Bovendien is er niet alleen bij de universitairen een groot verschil, ook werknemers met een hogeschooldiploma zijn in Limburg ondervertegenwoordigd: 14,2% in de Limburgse bedrijven en 17,3% over heel Vlaanderen. Voor beide diplomagroepen samen betekent dit dat we 20,9% van de werknemers in Limburgse bedrijven als hooggeschoold kunnen beschouwen, in Vlaanderen is dat gemiddeld 29,2%.
Van de Vlaamse provincies heeft Limburg het laagste percentage universitairen in haar rangen, na West-Vlaanderen (8,0%). In Vlaams-Brabant zijn universitairen met voorsprong het sterkst vertegenwoordigd, met bijna 19%. Dit hoge aandeel is in belangrijke mate toe te schrijven aan de aanwezigheid van hoofdzetels van grote consultancybedrijven (Deloitte, E&Y, PwC, KPMG), winkelketens als Colruyt, IKEA en Carrefour, of andere grote spelers met veel hooggeschoold personeel zoals Capgemini of Sui (de werkgever voor huisartsen in opleiding). Illustratief voor het verschil tussen Limburg en Vlaams-Brabant is dat Cegeka, het bedrijf dat in Limburg het hoogste aantal universitairen telt (zo’n 280), in Vlaams-Brabant niet eens tot de top-25 zou behoren van bedrijven die de meeste universitairen tewerkstellen.
Ook in de provincie Antwerpen beïnvloeden enkele (zeer) omvangrijke bedrijven het hoge aandeel universitairen. Met alleen Janssen Pharmaceutica, Atlas Copco, Pfizer en Telenet heeft de provincie vier bedrijven met elk afzonderlijk al meer dan 1.000 universitairen op de payroll. Het beperkte aantal grote kennisintensieve bedrijven die veel (universitair) gewicht in de schaal leggen, verklaart dus zeker mee waarom Limburg minder universitairen telt.
Kloof met Vlaanderen blijft ongewijzigd
In alle Vlaamse provincies steeg het aandeel universitairen. De verschuiving naar een meer kennisgerichte economie stimuleert die groei, maar ook de algemene toegenomen scholingsgraad van de bevolking. Op drie jaar tijd nam het aantal universitairen in de Limburgse ondernemingen toe van 5,9% in 2021 naar 6,7% in 2024. In Vlaanderen ging het van 11,1% naar 11,9%. In beide gevallen een toename van 0,8 procentpunt, waardoor het verschil even groot blijft. Wel zijn werknemers met een universitair diploma over heel Vlaanderen bijna dubbel zo sterk vertegenwoordigd als in Limburg.
In Oost-Vlaanderen nam het aandeel universitairen onder de werknemers in die periode het sterkst toe: +1,3 procentpunt. Ook in Vlaams-Brabant, waar universitairen al het sterkst vertegenwoordigd zijn, kwam er nog 1 procentpunt bij (van 17,8% naar 18,8%). Enkel in West-Vlaanderen (+0,4 ppt) was de groei kleiner dan in Limburg, al zijn er in verhouding wel iets meer universitairen actief.
ICT-sector is positieve uitzondering
Het beperkte aantal hoofdzetels in Limburg vergroot mee de kloof met Vlaanderen, net als de lagere bedrijvigheid in sectoren waar doorgaans veel werknemers met een hoger diploma aan de slag zijn. De drie sectoren met de hoogste percentages hooggeschoolden zijn in Vlaanderen samen goed voor meer dan 12% van de tewerkstelling, in Limburg is dit maar 8%. Het gaat over de informatie- en communicatiesector (ICT), de financiële sector en de sector van wetenschappelijke activiteiten en vrije beroepen.
Tegelijk blijkt dat in zowat alle sectoren het aandeel werknemers met een diploma hogeschool of universiteit lager ligt in Limburg dan gemiddeld in Vlaanderen. De grootste kloof is er in de administratieve diensten (8% hooggeschoolden in Limburg tegenover 22% in Vlaanderen). Daarna volgen de sector van wetenschappelijke activiteiten en vrije beroepen (52% versus 65%) en de financiële sector (44% versus 57%), waar de hoofdkantoren van financiële instellingen hoofdzakelijk buiten Limburg liggen. De ICT-sector vormt de enige uitzondering: daar ligt het aandeel hooggeschoolde werknemers hoger in Limburg (76%) dan in Vlaanderen (68%), vooral dankzij de hoofdzetel van Cegeka in Hasselt.
Niet alleen in meer kennisgedreven sectoren kent Limburg een scholingskloof. Ook in sectoren met traditioneel minder hooggeschoolde profielen zijn er duidelijke verschillen met de rest van Vlaanderen. Zo is in Limburg 21% van het personeelsbestand van bedrijven in de industrie hooggeschoold, tegenover 28% in Vlaanderen. In de bouw gaat het in Limburg over 13% hooggeschoolden ten opzichte van 16% in Vlaanderen, identieke cijfers als die voor de logistiek.
Limburg blijft binnen Vlaanderen achterop hinken wat betreft de tewerkstelling van hooggeschoolden, en vooral van universitair geschoolden. Dat heeft deels te maken met de sectorale structuur van de Limburgse economie en met het feit dat de hoofdzetels van grote bedrijven – die doorgaans veel hooggeschoolden tewerkstellen – zich vooral in andere provincies bevinden. Tegelijk weerspiegelt dit ook het lagere scholingsniveau van de Limburgse bevolking als geheel. Een verdere omschakeling naar een kennisgedreven economie vraagt daarom zowel een sterk aanbod aan hoger en universitair onderwijs als een innovatief ondernemingsklimaat dat voldoende aantrekkelijke kansen biedt voor hooggeschoold talent.
Methodologische noot
De analyses uit dit artikel zijn gebaseerd op data uit de sociale balansen van 19.103 Vlaamse bedrijven – waaronder ruim 2.390 Limburgse – met meer dan 10 personeelsleden in voltijdsequivalenten (VTE). Samen stellen zij in Vlaanderen ongeveer 1.147.000 VTE tewerk en in Limburg ruim 126.000 VTE. De analyse omvat enkel bedrijven met voldoende ingevulde en betrouwbare sociale balansen die aan een aantal kwaliteits- en selectiecriteria voldoen. Bedrijven en organisaties uit de sectoren onderwijs en openbare besturen worden niet opgenomen in de analyse o.w.v. het beperktere bereik van overheidsinstellingen in de sociale balansen en om de analyse zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de privésector.
Voor meer gedetailleerde sociaaleconomische cijfers voor Limburg kan je steeds contact opnemen met de kenniscel op 011 300 100 of info@pomlimburg.be.
Publicatiedatum: 5 juni 2026