Terug naar overzicht

It’s the productivity, stupid!

Waarom er in Limburg 20% minder welvaart gecreëerd wordt dan in de rest van Vlaanderen

“It’s the economy, stupid!” Deze beroemde oneliner gebruikte James Carville, de campagneleider van Bill Clinton, tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1992 tot vervelens toe. Telkens wanneer zijn campagnemedewerkers begonnen te freewheelen over welke koers Clinton moest varen, hield hij hen bij de les. ‘Het is de economie, kieken!’ En kijk, Clinton won de verkiezingen van zijn Republikeinse tegenstander George H.W. Bush. Vandaag wordt in Limburg bijna dagelijks hetzelfde mantra uit de jaren 90 herhaald. Bijna, want hier gaat het over de ‘productivity’, meer bepaald de arbeidsproductiviteit. Die zorgt er in belangrijke mate voor dat in Limburg vandaag 20% minder welvaart wordt gecreëerd dan gemiddeld in Vlaanderen.

Laten we even decaan PietPauwels van de faculteit Bedrijfseconomische wetenschappen van de Universiteit Hasselt erbij halen. “Wel, ik begrijp de verbazing een beetje, in Limburg wordt ‘gemiddeld’ 20 procent minder welvaart gecreëerd dan in de rest van Vlaanderen. Om dit te begrijpen, neem ik je even mee in de economische boekhouding. De essentie van bedrijfseconomie is dat ondernemingen goederen en diensten produceren en verkopen. De marktwaarde van alle goederen en diensten die in een land of regio gedurende een bepaalde periode worden geproduceerd, is het bruto binnenlands product, of kortweg bbp.Door dat bbp van een bepaalde regio te delen door het aantal inwoners in die regio, kan je de geproduceerde welvaart in verschillende regio’s objectief met elkaar vergelijken. Wanneer we op basis van cijfers van de Nationale Bank die berekening maken voor Limburg en Vlaanderen, blijkt dat Limburg in 2019 meer dan 20% achterop hinkt. Het bbp per inwoner in Limburg ligt met andere woorden een vijfde lager dan gemiddeld in Vlaanderen. Extra zorgwekkend is dat dit verschil de afgelopen jaren alleen maar groter werd.”

Waarde creëren
Professor Pauwels gaat verder. “Het bbp komt min of meer overeen met de som van de bruto toegevoegde waarde van alle ondernemingen en organisaties. Die 20% achterstand kunnen we vooral verklaren door te kijken naar wat en hoe die ondernemingen produceren. Om goederen en diensten te produceren, maakt een onderneming gebruik van de productiefactoren: grondstoffen, arbeid en geld (dat bijvoorbeeld is gebruikt om machines te kopen). De toegevoegde waarde die een onderneming realiseert, is dan het verschil tussen de waarde van de geproduceerde goederen en diensten enerzijds en die van de aangekochte goederen en diensten anderzijds. Het is met andere woorden het bedrag dat de samenwerking van die productiefactoren toevoegt aan de waarde van de verbruikte goederen en diensten. Net die toegevoegde waarde drukt de essentie van produceren (én de reden waarom bedrijven bestaan) uit: het toevoegen van waarde aan een goed of dienst. Je kan het nog best begrijpen door te kijken naar de auto-industrie. Staal, kunststof, veel denkwerk, intelligente mensen en machines … samen maken die een auto. In de bruto toegevoegde waarde zitten de loonkosten, rente, eventuele huurkosten, winst en afschrijvingen van kapitaalgoederen vervat.”

Tussen de sectoren zijn er grote verschillen in de toegevoegde waarde die er wordt gecreëerd: “Grote chemiebedrijven, hoogtechnologische bedrijven die zeer geavanceerde producten maken, maar ook farmaceutische bedrijven, creëren nu eenmaal meer toegevoegde waarde per werknemer dan een bakker, een dienstenchequebedrijf of een schilder in dezelfde regio. Al die bedrijven zijn nodig, zeker wel. Maar sommigen leveren gewoon een hogere toegevoegde waarde dan andere. Hoe komt dit? Vele factoren kunnen dit verklaren: meer geavanceerde technologie zodat meer kan worden geproduceerd met minder mensen, topproducten die hoge marktprijzen halen, de grootte van de onderneming en nog meer factoren verklaren de hogere toegevoegde waarde van sommige sectoren en bedrijven.

Vervangers voor Ford en Philips
Met het wegvallen van Ford in Genk en Philips in Hasselt, heeft Limburg zich stevig gekeerd en de werkloosheid weggewerkt. Maar Limburg heeft vooral bedrijven aangetrokken met een relatief lage productiviteit. Er zijn geen autoproducenten in de plaats gekomen, geen grote farmaceutische bedrijven, geen producenten van smartphones. Eerder kwamen er grote en kleinere dienstenbedrijven en (voorlopig nog) kleine bedrijven in toekomstgerichte sectoren, maar die moeten het nog waarmaken. Algemeen gesteld is de arbeidsproductiviteit van deze bedrijven relatief lager dan die van de bedrijven die zijn verdwenen. Conclusie: Limburg heeft zeker vervangers gevonden voor Ford en Philips, maar typisch in sectoren die per werknemer een relatief lagere bijdrage leveren aan de welvaart.

Corda als magneet
Hoe komt het toch dat de arbeidsproductiviteit in Limburg zo ver achterloopt? Een samenloop van factoren, zo blijkt. “Een eerste factor is het type dominante sectoren in onze provincie”, legt Johann Leten, gedelegeerd bestuurder van Voka-KvK Limburg uit. “De reconversie na de sluiting van Ford Genk is geslaagd, maar ze zorgde voor een verschuiving van jobs van de industrie naar de traditioneel minder productieve diensten. Die evolutie naar een meer gedifferentieerde economie is op zich natuurlijk een goede zaak. We zijn minder afhankelijk van enkele grote spelers en innovatieve start-ups uit allerlei sectoren ontspruiten in Limburg. Het succes van onze incubatoren toont bovendien aan dat we onze plaats als innovatieve regio steeds meer claimen. Bijvoorbeeld Corda Campus is een succes. Het is een magneet die aantrekt. En dat smaakt naar meer. Het is logisch dat het effect daarvan op onze toegevoegde waarde vertraagd optreedt, dus op dat vlak kijk ik de toekomst positief tegemoet.”

Maakindustrie kalft af
“Het is natuurlijk geen geheim dat we in Limburg gemiddeld gezien minder arbeidsproductief zijn in vergelijking met de rest van Vlaanderen”, zegt ook gedelegeerd bestuurder Ruben Lemmens van VKW Limburg. “We hebben in Limburg minder internationale hoofdkantoren en maatschappelijke zetels dan bv. in Brussel of Antwerpen, onze petrochemische cluster is kleiner dan die van de Antwerpse haven en ook de farmaceutische industrie is minder vertegenwoordigd. Dat zijn traditionele topsectoren qua arbeidsproductiviteit. De maakindustrie in het algemeen is een sector die veel toegevoegde waarde en werkgelegenheid creëert. We zijn echter al een tijd niet meer de ‘industriële provincie’ die we lang waren. Het aandeel van de maakindustrie in onze toegevoegde waarde kalfde in vijftien jaar fors af. Uit een eigen analyse op basis van cijfers van de Nationale Bank blijkt dat het aandeel daalt van meer dan 25% in 2004 tot beneden 20% in 2019. Maar ons te zeer vastklampen aan het verleden heeft weinig zin. Dit dwingt ons om een andere richting uit te kijken, naar nieuwe sectoren met een sterke toegevoegde waarde die zich voor onze ogen ontwikkelen. En net daarom is het cruciaal om lokaal de krachten te bundelen en traditionele en nieuwe sectoren met elkaar te connecteren om hen zo de nodige groeikansen te bieden in onze provincie.”

“We moeten vanuit Limburg voor het opkrikken van onze toegevoegde waarde ook niet blijven wachten op een grote speler die misschien nooit komt”, aldus Bart Lodewyckx van UNIZO Limburg. “De tijd van mastodonten als Ford en Philips is voorbij. Maar we zitten in onze provincie wel met een groot aandeel van kmo’s met een sterk groeipotentieel, dat aanzienlijk kan versneld worden door hen zo snel mogelijk op te sporen en hen optimaal te helpen tijdens hun groeitraject. Het belang van de kmo-populatie in het economisch weefsel mag niet onderschat worden. Zowel op het vlak van het aantal ondernemingen, als de tewerkstelling en de toegevoegde waarde nemen de kmo’s in België het gros voor hun rekening. Kmo’s vertegenwoordigen 99,8% van het totaal aantal ondernemingen, creëren 65,3% van de totale tewerkstelling in België en 60,9% van de toegevoegde waarde. In totaal zijn kmo’s goed voor 1.959.043 arbeidsplaatsen en 147,2 miljard euro aan toegevoegde waarde in ons land. Een gerichte begeleiding van groei-kmo’s kan dan ook het verlies van jobs en toegevoegde waarde van de grote bedrijven in onze provincie goedmaken.”

Farmajongens en techbedrijven
Professor Pauwels: “De productiviteitskloof met Vlaanderen diept de laatste jaren verder uit, wat tot gevolg heeft dat ook het welvaartsniveau van de Limburger verder achterophinkt. Moeten we ons daar nu persé slecht door voelen? Ja en neen. Neen, want de levenskost is in Limburg toch merkelijk lager dan in het centrum van Vlaanderen: een huis in Genk kost gelukkig een pak minder dan een huis in Mechelen. Ja, want als de kloof op termijn te groot wordt, vormt dit een ernstige bedreiging voor de Limburgse welvaart en economische competitiviteit. Nu, plant hier morgen twee forse farmajongens en een uit de kluiten gewassen techbedrijf en de toegevoegde waarde en arbeidsproductiviteit schieten de hoogte in. En daaropvolgend de levenskost natuurlijk, denk maar aan de huizenprijzen. Wie hierin geïnteresseerd is, moet maar even de geschiedenis van het kleine Kempisch dorp Beerse lezen, toch nadat eind jaren 60 Paul Jansen daar Jansen Pharmaceutica opende. De grond[1]prijs schoot de hoogte in en daarmee alle prijzen. Precies wat er vandaag in Waals-Brabant gebeurt, waar de toegevoegde waarde de afgelopen 15 jaar meer dan verdubbelde, vooral dankzij de uitbouw van een heuse farma-industrie in het zog van de aanwezigheid van de Britse farmareus GSK en de recente investeringen van Google. Probleem is natuurlijk dat die toegevoegde waarde niet noodzakelijk terugvloeit naar de inwoners van diezelfde regio. Een belangrijke voorwaarde en aandachtspunt voor Limburg om de welvaart van de regio te verhogen, is dus dat de jobs ook worden ingevuld door hoofdzakelijk inwoners uit die regio én dat die bedrijven ook zo veel als mogelijk in de regio op zoek gaan naar leveranciers.”

 

‘Plant hier morgen twee forse farmajongens en een uit de kluiten gewassen techbedrijf en de toegevoegde waarde en arbeidsproductiviteit schieten de hoogte in.’

Professor Piet Pauwels, Universiteit Hasselt

 

Braindrain
Want het probleem is dus zeker niet dat Limburgse werkkrachten minder gegeerd zijn, het tegendeel is waar”, aldus Jean Vranken, voorzitter van werknemersorganisatie ACV Limburg. “Limburgs talent verlaat sinds jaar en dag de provinciegrenzen in hun zoektocht naar een job. En dat doen ze ook nu nog, nu het jobaanbod in Limburg zelf al stevig is toegenomen. Enerzijds gelokt door interessante vacatures en verdere kansen tot ontplooiing, en anderzijds door hogere lonen in bepaalde sectoren of hoofdzetels die in Limburg minder vertegenwoordigd zijn. Het is een vicieuze cirkel waarin Limburgs talent vooral richting Brussel, Antwerpen of Vlaams-Brabant trekt in de zoektocht naar een eerste job om zich er vervolgens ook te settelen. Hierdoor gaat uiteraard de welvaart voor Limburg verloren, ten bate van naburige provincies. Deze braindrain is een wezenlijk probleem en het is een uitdaging om zowel professioneel als privé onze mooie provincie nog toegankelijker te maken voor young potentials die hun carrière willen lanceren. Daar komt bij dat Limburgse jongeren gemiddeld gezien nog altijd minder kiezen voor hoger onderwijs dan hun leeftijdsgenoten in de rest van Vlaanderen, terwijl we weten dat verder studeren vaker resulteert in hoger gekwalificeerde jobs, die op hun beurt meestal ook meer toegevoegde waarde opleveren. Een verhoging van de arbeidsproductiviteit is daarom onlosmakelijk verbonden met extra inspanningen op het vlak van onderwijs – vanaf de kleuterschool tot en met het hoger onderwijs – en levenslang leren.”

 

‘Het is een vicieuze cirkel waarin Limburgs talent vooral richting Brussel, Antwerpen of Vlaams-Brabant trekt in de zoektocht naar een eerste job om zich er vervolgens ook te settelen.’

Jean Vranken, ACV Limburg

 

Spel zonder grenzen
“Ondertussen breekt het ‘post-covid’-tijdperk aan”, zegt Stijn Bijnens, de CEO van Limburgs grootste informaticabedrijf Cegeka fijntjes. “Mensen hebben geleerd thuis te werken en hebben gezien dat dit kan. Zoom en Teams hebben geen geheimen meer voor ons. Dus je kan perfect voor een farmareus aan de Antwerpse haven werken vanuit je tuintje in pakweg Zepperen bij Sint-Truiden. Dit kan het probleem van de braindrain dan wel gedeeltelijk oplossen, maar dat neemt niet weg dat de bedrijven waarvoor deze Limburgers werken hun toegevoegde waarde nog steeds genereren buiten onze provincie. Het ideale scenario om de welvaart in onze provincie op peil te houden, is dat bedrijven met een hoge toegevoegde waarde zich in Limburg vestigen en hoofdzakelijk Limburgers tewerkstellen. Dat hoeven overigens ook niet allemaal hoogopgeleide werkkrachten te zijn, want ook hoogproductieve bedrijven en sectoren, kijk maar naar Ford, hebben vaak (en veel) minder geschoolde profielen nodig. Daarbij moeten we als Limburgers beseffen dat we centraler in West-Europa liggen dan Antwerpen, Gent of Leuven en dus ook een belangrijke economische aantrekkingspool kunnen zijn. We moeten daarvoor wel over de (taal)grens durven kijken. De vijfhoek Hasselt-Eindhoven-Maastricht-Aken-Luik is voor Limburg van kapitaal belang. Taalproblemen? Tegenwoordig kan iedereen Engels. Maar juist in die vijfhoek ligt veel meer talent verscholen dan pakweg West-Vlaanderen zich kan dromen. Alleen al maar in hoeveelheid. Want ja, in de zee wonen geen mensen hé.” Rohnny Champagne van ABVV Limburg vult aan: “Maar het Limburgse probleem situeert zich vooral onder de 18 jaar. De uitval van leerlingen op hun weg naar het hoger onderwijs is te groot. Dat is de uitdaging van Limburg. Hier moeten we maximaal op gaan inzetten. Meer jonge mensen, zeker van allochtone afkomst, moeten verder gaan studeren. Krijgen we dat voor elkaar in combinatie met een voldoende aanbod aan hoogproductieve jobs, dan zal de toegevoegde waarde in Limburg opnieuw stijgen.”

Innovatief start-uplandschap
“Met een aantal gerichte ingrepen kunnen we onze toegevoegde waarde ook op korte termijn sneller doen stijgen”, stelt ook Johann Leten gerust. “Meer mensen aan het werk zorgt automatisch voor een sterkere groei van de absolute toegevoegde waarde. De ongeveer 130.000 Limburgers die vandaag geen werk hebben, maar ook geen werk zoeken, moeten geactiveerd worden. Verder is het zaak innovatie en digitalisering verder te implementeren bij al onze bedrijven, om de productiviteit per medewerker te doen stijgen. Op die manier kunnen we meer output genereren met dezelfde input. We merken vanuit Voka-KvK Limburg dat die innovatiecultuur de laatste jaren steeds meer aanwezig is bij de Limburgse ondernemingen. Maar het feit dat er nog steeds minder innovatiesteun naar Limburg stroomt dan we verwachten, toont aan dat het volle innovatiepotentieel zeker nog niet benut is. Daarnaast is het overkoepelend vooral belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen nieuwe en traditionele sectoren. Ik ben ervan overtuigd dat we de vruchten zullen plukken van ons innovatief start-uplandschap, maar parallel daaraan mogen we onze traditionele sectoren niet vergeten. Ook zij zijn bezig met digitalisering, innovatie en duurzaamheid, en zullen dus altijd een belangrijk deel blijven uitmaken van onze economie. Om de eigen investeringen niet af te remmen, maar ook om buitenlands kapitaal naar Limburg te halen, zijn bovendien vanuit de overheid bijkomende inspanningen nodig voor een moderne infrastructuur en een efficiënt vergunningenbeleid.”

 

‘Meer mensen aan het werk zorgt automatisch voor een sterkere groei van de absolute toegevoegde waarde. De ongeveer 130.000 Limburgers die vandaag geen werk hebben, maar ook geen werk zoeken, moeten geactiveerd worden.’

Johann Leten, Voka-KvK Limburg

 

SALKturbo
En zo ontstond SALKturbo, de opvolger van het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK2), waarmee verschillende overheden de negatieve gevolgen van de sluiting van Ford Genk met succes hebben opgevangen. SALKturbo heeft de ambitie om Limburg tegen 2030 in het economische koppeloton van West-Europa brengen. Het nieuwe toekomstplan vertrekt van vier prioriteiten en twaalf ambities die er telkens op gericht zijn om de toegevoegde waarde, de arbeidsproductiviteit en dus ook de welvaart in Limburg te versterken. In de eerste prioriteit, een ‘competitief Limburg’, wordt volop ingezet op meer innovatie, toekomstgerichte werkkrachten en meer internationalisering. Met de tweede prioriteit, een ‘duurzaam Limburg’, gaat economische groei hand in hand met de aanpak van klimaatuitdagingen, energietransitie, een slim en duurzaam ruimtebeleid en toekomstgerichte mobiliteit. De derde prioriteit in SALKturbo luidt een ‘digitaal Limburg’, met aandacht voor zowel het opkrikken van de digitale geletterdheid van elke Limburger als het zetten van een digitale turbo op maat van ieder bedrijf. Tenslotte wordt gewerkt aan een ‘inclusief Limburg’ met maximale ont[1]plooiingskansen voor iedere Limburger, een arbeidsmarkt die niemand achterlaat en een omgeving waarin elk talent kan groeien.

Met de steun van Europa
“Om deze 12 ambities waar te maken, krijgen tal van projecten concrete vorm”, zegt gedeputeerde voor economie en POM-voorzitter Tom Vandeput. “Laat me er enkele opnoemen. Een volwaardige Health Campus in Diepenbeek, die moet uitgroeien tot het epicentrum van innovatie en digitalisering in de gezondheidssector. Er wordt bijkomende ruimte gecreëerd voor (startende) bedrijvigheid, onderzoek, ontwikkeling en opleiding. Een Prototyping Center om kleinere kmo’s zonder een innovatieafdeling te helpen. Hier kunnen prototypes worden uitgetest voordat ze naar de markt gaan. Innovatie kan zo de motor worden van een hogere toegevoegde waarde. Een logistieke campus aan de Genkse haven, een maakcampus en een bouwcampus om onze bedrijven uit diverse sectoren te transformeren naar een meer digitale productie. De uitbouw van de energie-economie: toponderzoeksinstituut EnergyVille in Genk als basis voor massale investeringen in slimme energiesystemen op bedrijventerreinen en in woonwijken. Het project ‘digicare’ als proeftuin voor de gezondheidszorg van de toekomst. Nieuwe taal- en ontwikkelingsprojecten om komaf te maken met de Limburgse onderwijsachterstand en lage werkzaamheidsgraad. De Limburgse Green Deal als voorloper in de Europese klimaatambitie.” Momenteel kunnen alle stakeholders (overheden, bedrijven, middenveldorganisaties, …) projecten indienen op de SALKturbo-website. De indieners verzamelen in hun projectvoorstel partners en startkapitaal. Dit moet uiteindelijk uitmonden in hefboomprojecten die aanspraak kunnen maken op de 152 miljoen euro die Europa vanaf januari 2021 voor ’transitieregio Limburg’ heeft voorzien. De evolutie van de prestaties van de Limburgse economie wordt jaarlijks gemonitord door professor Piet Pauwels en onderzoekers van UHasselt en POM Limburg. Dus ja, ‘It’s the productivity, stupid!’

 

Abonneer je op POMblad!

POMblad in de toekomst ontvangen? Laat dan hieronder je gegevens achter.

Abonneren is gemakkelijk en gratis.

Na het achterlaten van je gegevens krijg je POMblad elke zes maanden automatisch in de brievenbus.

 

  • (Optioneel)
  • (Optioneel)
  • Sectie-einde

  • Sectie-einde

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
© POM Limburg 2023
POM Limburg voert het sociaaleconomisch beleid van de provincie Limburg uit.
limburg

Wij maken gebruik van cookies of gelijkaardige technologieën (bv. pixels of sociale media plug-ins) om o.a. uw gebruikservaring op onze website zo optimaal mogelijk te maken. Daarnaast wensen wij analyserende en marketing cookies te gebruiken om uw websitebezoek persoonlijker te maken, gerichte advertenties naar u te verzenden en om ons meer inzicht te geven in uw gebruik van onze website.

Gaat u ermee akkoord dat we cookies gebruiken voor een optimale websitebeleving, opdat wij onze website kunnen verbeteren en om u te kunnen verrassen met advertenties? Bevestig dan met "OK".

Wenst u daarentegen specifieke voorkeuren in te stellen voor verschillende soorten cookies? Dat kan via onze cookie policy. Wenst u meer uitleg over ons gebruik van cookies of hoe u cookies kan verwijderen? Lees dan onze cookie policy.